Btw-aftrek bij grensoverschrijdende prestaties

27-02-2026 -

 

Recht op aftrek van btw

Het recht op aftrek van btw over gemaakte kosten en investeringen vormt een fundamenteel element binnen het btw-stelsel. Als uitgangspunt geldt dan ook dat ondernemers aanspraak kunnen maken op een btw-teruggaaf dan wel de btw in mindering mogen brengen op het bedrag aan verschuldigde btw. Er bestaan echter uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer een ondernemer (ook) vrijgestelde activiteiten verricht, hetgeen tot een beperking van btw-aftrek leidt.

50 jaar aan jurisprudentie

In de afgelopen 50 jaar is er in de EU veel geprocedeerd op dit onderwerp. Deze problematiek ontstaat voornamelijk in grensoverschrijdende situaties, waarin ondernemers diensten of goederen leveren in verschillende lidstaten. Het recht op btw-aftrek kan daarbij verschillen tussen de lidstaat waar de ondernemer is gevestigd en de andere betrokken lidstaat. Dit speelt ook een rol in situaties met een hoofdhuis in de lidstaat van vestiging en een vaste inrichting in een andere lidstaat. De jurisprudentie die is ontstaan uit deze procedures heeft bijgedragen aan een beter inzicht hoe om te gaan met het recht op btw-aftrek in verschillende situaties.

Nieuwe casus

Onlangs is een nieuwe casus voorgelegd aan het Gerecht van de Europese Unie die relevant is voor veel ondernemers (T-96/26 – Tellus Tax Advisory). Deze casus betreft een ondernemer die in Zweden is gevestigd en daar via de btw-aangifte btw wil terugvragen. Dit betreft de btw op prestaties die zijn verricht aan de ondernemer in Zweden. Deze prestaties (waar Zweedse btw op drukt en men wil terugvorderen) worden echter deels gebuikt voor activiteiten die deze ondernemer verricht in Luxemburg. In Luxemburg zijn deze prestaties vrijgesteld van btw. Indien deze ondernemer in Luxemburg lokale btw zou willen terugvragen dan is dat niet mogelijk gegeven de van btw vrijgestelde prestaties. De vraag is nu of het verrichten van de prestaties in Luxemburg gevolgen heeft voor het recht op btw-teruggave in Zweden? Volgens de Zweedse belastingdienst wordt het recht op btw-aftrek beperkt door de activiteiten in Luxemburg.

Deze kwestie is enigszins opmerkelijk, aangezien de (EU/NL) btw-wetgeving een expliciete bepaling lijkt te bevatten voor een dergelijke casus. Deze bepaling schrijft voor dat men recht op btw-aftrek dient te toetsen alsof de betreffende prestatie in lidstaat A zou zijn verricht en daarmee recht op aftrek van btw zou geven. Het lijkt erop dat men zich in deze casus heeft laten leiden door eerdere EU-jurisprudentie op dit onderwerp. Die jurisprudentie heeft als uitkomst dat er een bepaalde dubbele toets moet worden aangelegd ter bepaling van de mate van btw-aftrek. In die dubbele toets moet dan rekening worden gehouden met (kort samengevat) de regelgeving in lidstaat A en lidstaat B. Deze jurisprudentie ziet echter op andere feitelijke situaties en is daardoor niet van toepassing op de nieuwe casus.

De verdere invulling en afhandeling van deze casus zal moeten worden afgewacht. De uitkomst zal hoe dan ook van groot belang zijn voor de praktijk (bevestiging of beperking van het recht op aftrek). Het belang speelt met name bij ondernemingen die grensoverschrijdend actief zijn. Daarnaast is deze kwestie met name relevant voor ondernemingen die financiële diensten aanbieden aangezien de btw-regels voor deze diensten per lidstaat kunnen verschillen (btw-belast/btw-vrijgesteld).



logo element

If you have any questions about this topic or if you would like to discuss the topic further, please do not hesitate to contact us at info@vatpartners.com